Volkomen normaal

De spanningen tussen Iran en de VS escaleerden in de afgelopen weken. Amerika staat weer eens op de rand van oorlog en Amerikanen vinden dat normaal. En toch zien ze zichzelf graag als een vredelievend volkje en hun land als een force for good in de wereld. Dat oorlog en militair conflict een constante is in Amerikaanse levens komt door hun conditionering. Van jongs af aan wordt Amerikanen geleerd om militarisme zonder vragen te accepteren.

Die conditionering bestaat uit vele ingrediënten. Nationalisme en militarisme worden door Amerikaanse media en andere instituties rijkelijk over het leven gestrooid. Support our troops is wat de Amerikaanse klok slaat, nooit wordt in twijfel getrokken dat Amerika het allemaal doet om de wereld een beetje beter te maken.

Angst is ook een belangrijk element in de conditionering. Amerikanen worden er door hun regering en door de media voortdurend aan herinnerd dat vijanden op de loer liggen. De Sovjet-dreiging rechtvaardigde miljarden dollars aan militaire uitgaven en vele woeste militaire avonturen in alle hoeken en gaten van de wereld. President Eisenhower waarschuwde zijn volk nog voor het militair-industriële complex in zijn afscheidstoespraak in 1961. Hij richtte zich tot dovemansoren. Van de Koude Oorlog liepen de Amerikanen trouw aan de vlag de War on Terror in.

Natuurlijk zijn niet alle gevaren verzinsels, maar is het nodig om ze allemaal vol op het orgel en tot de tanden gewapend te lijf te gaan? Zonder maatschappelijke discussie of serieuze kritische analyse? Als in een reflex wordt militair geweld geaccepteerd als het antwoord. Niets wordt ondernomen om de burger iets bij te brengen over historische context, over hoe de vijand er zelf over denkt, of over de complexiteit van de oorzaken van een conflict.

Ook niet nu Amerika weer afdendert op oorlog met Iran. Er is geen discussie tussen politici, geen discussie in de media over de weinig flatteuze rol van de VS in Iran tot nu toe, geen vermelding van de coup door de CIA in 1953 die de democratisch gekozen regering van Iran omver wierp, wat leidde tot jaren van een door de VS gesteunde dictatuur, waarin opposanten werden gemarteld en vermoord. Zowat alle disputen met Iran, van de gijzeling van 1979-1981 tot nu, hebben hun wortels in een geschiedenis die de Iraniërs tegen wil en dank delen met de Amerikanen. Maar geen woord daarover. Iran is voor de meeste Amerikanen gewoon een van de vele broeikassen voor terrorisme.

Anti-intellectualisme is misschien wel het belangrijkste ingrediënt in de conditionering van Amerikanen voor oorlog. De VS is het enige ontwikkelde land ter wereld dat eist dat scholieren het liefst dagelijks trouw zweren aan de Amerikaanse vlag, zonder vragen te stellen. Amerikanen die wel vragen stellen worden weggezet als troublemakers.

Amerika geeft 650 miljard dollar per jaar uit aan zijn strijdkrachten, oneindig veel meer dan welk land ter wereld ook, en houdt er 800 militaire bases in 80 landen op na. Amerikanen vinden dat normaal. Ze vinden het ook normaal dat militaire vliegtuigen voor belangrijke footballwedstrijden een fly-over boven het stadion doen. En dat steeds meer jonge mensen een opleiding alleen kunnen betalen als ze eerst een paar jaar in dienst gaan.

Vragen? Geen vragen.